Structureel pesten valt buiten de invloedssfeer van socialisatie


Pestgedrag kan onderverdeeld worden in twee sterk van elkaar verschillende domeinen te weten incidenteel- en structureel pesten. 

 

Beide vragen om een specifiek daarop afgestemde aanpak.  


In het maatschappelijke debat over pestgedrag domineert het socialiserende gedachtegoed  - het aanleren van sociaal gedrag (cultuursocioloog Norbert Elias 1897‑1990). Dat houdt in dat beheersing ‘van binnenuit’ komt omdat mensen zich dat zo hebben eigengemaakt in hun socialisatie of zich nog eigen moeten maken zoals bij kinderen. Het aanbod aan anti pestprogramma's om pesten tegen te gaan sluit daar nauw bij aan. 

 

Uit recent onderzoek blijkt dat deze programma's niet afdoende zijn voor een specifieke groep pesters. 

R. van der Ploeg 2016 RUG, geeft aan dat uit haar onderzoek blijkt dat veel scholen inmiddels een anti-pestprogramma hebben en dat het pesten nog altijd doorgaat. Met name de meest populaire pesters (structureel pesten) blijven antisociaal gedrag vertonen. 

 

Er zijn twee vormen van pesten te weten incidenteel- en structureel pesten. Omdat deze sterk van elkaar verschillen moet ook de aanpak verschillend zijn. Beiden vragen dus om een specifiek daarop afgestemde aanpak. Programma's voor het aanleren van sociaal wenselijk gedrag passen goed bij 'incidenteel pesten'.

 

Structurele pesten valt buiten de reikwijdte van socialiserende lessen, groepsregels, schoolregels en ons optimistische mensbeeld. Deze vorm van pesten wordt niet of maar deels of slechts tijdelijk opgelost door de anti pest programma's die zich richten op het afleren van antisociaal gedrag en het aanleren van sociaal wenselijk gedrag.

 

Structureel pesten is geen gedragsprobleem maar een systeemprobleem. De aanpak ervan vraagt om een sluitend systeem van monitoring om te weten wat er zich afspeelt buiten beeld en een feiten gestuurde, regulerende en persoonsgerichte aanpak op maat met zo nodig gelegenheidsbeperkende- en waar nodig risicobeschermende maatregelen. 

 

Incidenteel pesten 

Incidenteel pesten hoort bij opgroeigedrag. Leerlingen leren hoe zij zich in een groep moeten handhaven en dit gedrag is cruciaal voor de persoonlijke ontwikkeling. Bij dit proces moeten volwassenen de buitengrenzen bewaken, af en toe helpen om zaken op te lossen, maar vooral jongeren coachen en hen handvatten bieden om het sociale spel te spelen. 

 

Incidenteel pesten omvat plagen (onderlinge krachtmeting), experimenteel pesten (grenzen verkennen) en frustratiepesten (emoties uiten). Bij plagen en experimenteel pesten worden de onderlinge grenzen van de sociale omgang met anderen verkend. Frustratie-pesten wordt vertoond wanneer een ander, een groep of situatie frustratie oproept bij de dader.  

 

Het geruststellende nieuws is dat 80 procent van het pesten incidenteel pestgedrag is. Niet altijd leuk, maar in principe eerder louterend, dan beschadigend. Ongeveer 90% van de kinderen kun je situeren onder deze noemer van incidenteel pesten.

 

Structureel pesten 

Bij structureel pesten is er sprake van agressie en geweld dat aanhoudend en herhaaldelijk wordt toegepast bij één, of verschillende slachtoffers door een specifieke groep pesters. Het is schade berokkenend gedrag en overtreding van regels.

 

Structureel pesten is iets van een andere orde dan incidenteel pesten en speelt zich af op een ander speelveld buiten de reikwijdte en invloedssfeer van volwassenen. Agressie en geweld worden daar als vanzelfsprekend ingezet in de strijd om de hoogste posities in de pikorde.

 

Het is maar een kleine groep (10%) die hier zodanig goed in zijn dat zij de hoogste posities in kunnen nemen. Zij bepalen hun eigen regels, zijn baas in dit domein en komen daarmee ook boven de gezagslijn ten opzichte van leerkrachten. Structureel pesten ondermijnt de sociale veiligheid in en om de school. Om die posities waar te blijven maken moeten zij elke dag punten scoren en pesten is een vanzelfsprekend onderdeel daarvan. 

 

Subtypes bij structureel pesten 

Hoofdpesters

De groep hoofdpesters is de kleinste groep, gemiddeld ongeveer 3%. Zij zijn bijzonder handig in het onmerkbaar manipuleren van anderen en om zelf buiten beeld te blijven. Zij zijn sociaal handig en daardoor vaak populair. Ook bij leraren. Ze leren elke dag bij. Bijvoorbeeld hoe zij anderen het ‘vuile werk’ kunnen laten opknappen. Het structureel pesten levert hen veel op. Zij regelen daarmee hun status binnen de groep en door die status vrijwaren zij zichzelf van gepest worden.

 

Het aanleren van sociaal wenselijk gedrag zien zij als een spelletje waar zij graag aan mee doen. Daarnaast echter blijven zij zich ook bezighouden met structureel pesten. Dat zijn twee verschillende werelden waar zij in leven en die zij door hun sociale handigheid goed gescheiden kunnen houden.

 

 

Meepesters

Dit zijn volgelingen, de uitvoerders (± 7%). Zij zijn minder sociaal handig en lopen het meeste risico om tegen de lamp te lopen. Meestal zijn zij vroeger zelf gepest en hebben er alles voor over om niet weer slachtoffer te worden. Als er een incident is zijn zij, als katvanger, meestal de klos. Meepesters ferm aanpakken lost structureel niets op. Elke gestopte meepester wordt vervangen door een andere.

 

Impulspesters

Ongeveer 10% van de leerlingen vallen hieronder. Zij zijn eigenlijk ook slachtoffer. Zij zijn over het algemeen zeer prikkelgevoelig en reageren op sociale onveiligheid. Ze kunnen snel driftig worden uit een soort angst en paniek. Het kan er dan heftig aan toe gaan met veel emoties en drukte waardoor zij opvallen en vaak naar voren geschoven worden als het zwarte schaap, de schuldige.

 

Deze groep leerlingen zijn enorm geholpen wanneer het in de context sociaal veiliger wordt. Dat betekent dat het niet alleen veilig in de klas is, maar vooral ook daarbuiten. Wanneer de hoofdpesters en meepesters zijn gestopt, gaat het met de impulsieve pesters vaak ook een stuk beter, geven zij minder overlast en zijn zij beter te helpen.

 

In het kader van Passend Onderwijs zal het aantal leerlingen dat zich van nature onveilig voelt, toenemen.

Het is nu – harder dan ooit – nodig dat scholen, leerlingen en medewerkers een hoog (hoger!) niveau van sociale veiligheid kunnen garanderen.

 

Het reguleren van gedrag als kerncompetitie 

Reguleren van sociaal onwenselijk gedrag waardoor sociale veiligheid wordt ondermijnt begint bij het zichtbaar maken ervan. Dat kan door gericht informatie te verzamelen. Informatie die bij leraren, directie, staf, ouders en leerlingen wel aanwezig is, maar niet bij elkaar komt. Alleen als je voldoende informatie hebt, is het mogelijk om pestgedrag te kwantificeren en pesters te classificeren. Je kent als school dan alle pesters en je weet in welke positie en rol zij zitten.

 

Daarna kun je verantwoord regulerend gaan optreden. Bijvoorbeeld door leerlingen gericht aan te spreken en hen te vragen om met bepaald gedrag te stoppen. Wie moeilijk kan stoppen, maar wel wil stoppen, krijgt hulp. Voor wie doorgaat en niet wil stoppen zullen er risicobeschermende maatregelen genomen moeten worden. Dit is een wettelijke plicht en verantwoordelijkheid van school.

 

Op een socialiserende manier reguleren is vlees noch vis 

Het reguleren van sociale veiligheid ondermijnend gedrag vraagt om een specifieke  daarbij passende positionering en basishouding. Om geloofwaardig te kunnen reguleren,  moet je jezelf hierin bekwamen. Wanneer je dit namelijk doet vanuit een socialiserende grondhouding, ben je niet congruent in je communicatie en voor de echte pesters niet geloofwaardig. Je interventies of maatregelen zullen dan zelden het juiste effect hebben. 

 

Mee leren leven 

Pijnlijke feiten over structureel pesten, zonder een adequate aanpak om het te stoppen, leiden tot gevoelens van machteloosheid. Sociale en psychologische aanpassingsmechanismen beschermen ons tegen die gevoelens van machteloosheid. De interpretatie van de oorspronkelijke feiten worden door het aanpassingsmechanisme verandert of zij worden anders waargenomen om ze in overeenstemming te brengen met de mogelijkheden die je hebt om met het probleem om te gaan. Dit aanpassingsmechanisme maakt het lastig om de ernst en reikwijdte van het probleem voldoende te onderkennen. 

 

Als onderwijs het verschil maken 

Het gevolg van structureel pesten is ondermijning van sociale veiligheid. Kinderen kunnen hierop anti sociale gedragsproblemen ontwikkelen die later kunnen leiden tot anti sociale persoonlijkheidsproblematiek.

 

Elk jaar levert het onderwijs 15.000 door de wol geverfde hoofdpesters af. Uiteraard stoppen zij daarna niet zomaar spontaan. Het is een lifestyle geworden. In Nederland lopen naar schatting zo’n 1 miljoen mensen rond die voortdurend ook de sociale veiligheid in de samenleving en in werksituaties ondermijnen.

 

Het onderwijs kan daarin als geen enkele andere instantie of organisatie het verschil maken. Maar zonder een effectieve aanpak voor structureel pesten gaat dat niet lukken.  

 

Professionalisering 

Ruim een kwart van de docenten is van mening dat de sociale veiligheid in en rond de school dient te worden vergroot; een derde vindt dit ook nodig voor de omgeving van de school. Maar hoe kun je dat doen? Hoe kun je als onderwijs professional je verantwoordelijkheid nemen voor je  zogenaamde 'vergaande zorgplicht' mbt sociale veiligheid om te zorgen dat je leerlingen daadwerkelijk veilig zijn?  

 

De Masterclass sociale veiligheid 

Voor de mensen in het onderwijs die willen investeren in het bevorderen van hun kennis en kunde om naast socialiserende leerprogramma's  meer grip te krijgen op het meer ongrijpbaar deel van pestgedrag en hoe je sociale veiligheid kunt reguleren en waarborgen hebben we een twee daagse Masterclass training sociale veiligheid ontwikkeld.