Gouden weken


Anco van Moolenbroek

 

Aan het begin van het schooljaar kennen we de gouden weken. De gouden weken zijn de gouden kansen om de grenzen duidelijk te maken. In iedere nieuwe groep wordt weer een rangorde bepaald. Groepsvorming verloopt altijd via een aantal fasen, zoals het model van Tuckman weergeeft.

 

Forming: dit is een periode waarin leerlingen afwachten en om zich heen kijken. Aan het eind van deze fase heeft iedereen een beeld van elkaar. Wat leerlingen eigenlijk doen, is een inschatting maken hoe veilig het in de groep is. Wie is te vertrouwen en voor wie moet je uitkijken?

 

Storming: In deze fase kent men elkaar nu en durft men meer. Leerlingen nemen een positie in de groep in en aan het eind van deze fase heeft iedereen een rol. De rangorde is bepaald.

 

Norming: nu de rollen zijn ingedeeld, worden de informele regels en doelen vastgesteld. Informele regels zijn dus niet de gezamenlijk met de juf of meester geformuleerde klasregels… Al zijn deze wel helpend. De informele regels betreffen het beeld wat leerlingen van elkaar hebben. Zeker als dat negatief is, zal dat veelal niet worden geuit in het bijzijn van volwassenen. De strijd om de macht verloopt via status. Wie bovenaan staat, is het meest veilig.

 

Performing: Als de rollen zijn verdeeld en de normen bepaald, dan kan er worden gewerkt. Het zal duidelijk zijn dat de mate van veiligheid die door de leerlingen in de eerdere fasen is bewerkt, van grote invloed is op het leren van leerlingen. Sociale veiligheid ligt aan de basis van onderwijskwaliteit!

 

Adjourning: dit is de periode dat een groep uit elkaar valt. Veelal is dat in het onderwijs aan het einde van het schooljaar. Vooral in groep 8 is deze fase merkbaar. Tegen het einde van het schooljaar vraagt het veel vakmanschap om ze nog te motiveren.

 

Er is in een groep een zichtbare werkelijkheid en een onzichtbare, vanuit de leerkracht gezien. De zichtbare werkelijkheid is waar we in de gouden weken als leerkracht onze invloed uitoefenen op de groepsvorming met positieve en normstellende activiteiten. In het model van Tuckman komen we daarmee al heel snel in de fase van de norming.

 

De onzichtbare werkelijkheid is echter al in de eerdere fasen begonnen met het bepalen van de rangorde en werkt door in de ongeschreven en onzichtbare regels van de groep. Onzichtbaar voor degenen die geen lid van de groep zijn. En een leerkracht is geen lid van de groep.

 

Sommige SEO methodes maken onderscheid tussen de begeleide en de ongeleide groepsvorming. In de geleide groepsvorming worden dan de fase van de storming en de norming omgedraaid. Er worden dan activiteiten geopperd met als kern conflictbeheersing, oplossen van conflicten, rollenspellen m.b.t. de regels, complimenten geven en coöperatieve werkvormen waarbij je elkaar moet kunnen vertrouwen. Ik vrees echter dat het omdraaien van de fasen niet meer dan een cosmetische aanpassing is. Eentje die bovendien niet in de wetenschappelijke literatuur terug te vinden is. Vergelijken we het met het vergelijkbare model van de Leerkuil dan snap je gelijk dat het omdraaien van de fasen onmogelijk is.

 

Verplicht deelnemen aan een groep roept per definitie stress op. Zowel het model van Tuckman als van de Leerkuil vinden hun grond in het model van het stressmechanisme (zie figuur). Het General Adaptation Syndrome werd in de vorige eeuw beschreven door de arts Hans Selye. In de alarmfase (forming en storming) gaat het om vechten of vluchten. De adaptatiefase omvat de fase van de norming, overgaand in performing. Leren is adaptatie. Hetzij van de omgeving, hetzij van het organisme. De laatste fase is de uitputting. Wanneer iemand niet in staat is om de chronische druk het hoofd te bieden, is uitputting van lichaam en geest het gevolg. Een burn-out is hiervan een duidelijk signaal.

 

Begeleid of niet, het groepsvormingsproces verloopt via de wetmatigheid van het stressmechanisme. Mogelijk dat activiteiten in de alarmfase de dip kunnen dempen, maar dat zal ook persoonsafhankelijk zijn. De ene leerling is de andere niet. Voor een leerplichtige leerling is het onmogelijk om te ontsnappen aan de groep. De controle is in andere handen. Mijn advies is daarom om als leerkracht leeractiviteiten te programmeren die de autonomie, en dus het gevoel van controle, ondersteunen en versterken. En zo de buikpijn te doen afnemen.

 

Het is dus belangrijk om juist de voor de leerkracht ontbrekende informatie over de rangorde en onzichtbare groepsnormen en doelen te leren kennen. We kunnen daarom niet genoeg het belang benadrukken van het verzamelen van data over het gedrag van leerlingen. Zo maak je effectief gebruik van de M5-aanpak. En dat is het goede nieuws: ook achteraf kunnen we corrigeren wat we in de fase van de storming moesten laten gaan.